

Hommels behoren ook tot de bijen,
ze kunnen beschouwd worden als bijen met een langere beharing, hierdoor
kunnen ze in koelere streken overleven. Vrijwel over de hele wereld komen
hommels voor. De meeste soorten leven op het noordelijk halfrond, vooral in
berggebieden. Hommels zijn aangepast om te overleven in een wat kouder
klimaat.
Er zijn twee groepen hommels; de bekendste zijn de soorten die een nest
maken net zoals bijen en wespen, hoewel het nest gemiddeld kleiner blijft.
Er zijn ook hommels die zelf geen nest maken maar de eitjes in het nest van
andere soorten leggen, de koekoekshommels, deze missen ook de
stuifmeelkorfjes die de andere hommels wel hebben.


Tot de wespen worden alle insecten gerekend uit de groep vliesvleugeligen, die géén bij, hommel of mier zijn. Er zijn veel verschillende soorten wespen: papierwespen spelen een rol bij de bestuiving van bloemen en het verdelgen van insecten, sluipwespen bij de biologische bestrijding van plaaginsecten en galwespen zorgen voor meestal bolvormige vergroeiingen aan bladeren. Papierwespen zijn de bekendste groep van wespen vanwege de grootte, de vaak zwart/gele kleuren en het feit dat een aantal soorten vrij agressief kan zijn en dan snel steekt. De meeste papierwespen zijn sociale levende wespen. Zij danken hun naam aan de nesten, die van houtvezels worden gemaakt. Omdat de wespen de vezels fijnkauwen en in dunne laagjes aanbrengen, lijkt het nest van papier te zijn gemaakt.



Binnen de – biologisch gesproken
– orde van de Insecten zijn de bekendste groepen toch wel die van de
Vliesvleugeligen, waartoe bijen, hommels, wespen en mieren behoren.
De verschillende vertegenwoordigers van deze groep spelen in het dagelijks
leven een grote rol als onmisbare bestuivers van bloemen (bijen en hommels),
verdelgers van plaaginsecten (o.a. papierwespen en sluipwespen) en opruimers
van afval in de natuur (mieren).
De schattingen van het aantal soorten vliesvleugeligen liggen in de orde van
grootte van 300.000 wereldwijd, waarvan er in Nederland zo rond de 8500
voorkomen..

Bijen (Apidae) verschillen van de meeste andere vliesvleugeligen door het dieet van nectar en stuifmeel; ook de larven leven hiervan. Bijen komen voor op ieder continent, met uitzondering van Antarctica.


Wespen moeten niet worden verward
met zweefvliegen. Zweefvliegen hebben wel vaak hetzelfde kleur- en
strepenpatroon als de wespen, maar zijn volledig onschuldig. Zweefvliegen
zijn er in alle soorten en maten, de meeste blijven in lengte onder de twee
centimeter. Veel zweefvliegen bootsen andere insecten - zoals wespen, bijen,
of hommels – na. Zweefvliegen die op hommels lijken, hebben een harig
achterlijf, soorten die op wespen lijken meestal niet. Dit is geen toeval;
het lijken in kleur, vorm en/of geluid op andere, gevaarlijkere dieren heet
mimicry en komt bij zeer veel diergroepen voor. Zweefvliegen zijn net als
andere vliegen het eenvoudigst te onderscheiden van vliesvleugeligen doordat
ze twee vleugels hebben en geen vier, zoals alle bijen, wespen en hommels.
Daarnaast zijn de sprieten op hun kop (antennen) altijd kort en daaruit kan
heel goed geconcludeerd worden of we met een stekend insect of een
zweefsvlieg te maken hebben.
|
Samengevat: |
||||
|
kenmerk |
honingbij |
hommel |
gewone wesp |
zweefvlieg |
|
uiterlijk |
Bruin, licht |
zwart/geel/wit/oranje, gedrongen en |
Overwegend zwartgeel, kaal |
Overwegend zwartgeel of bruin, kaal (vaak sterk |
|
vleugels |
4 |
4 |
4 |
2 |
|
hinder |
Steekt bij gevaar |
Steekt zelden |
Steekt bij gevaar |
Kan niet steken |
|
bestrijding |
Niet nodig |
Niet nodig |
||
|
Voeding volwassen dier |
Nectar |
Nectar |
Nectar, rijp fruit |
Nectar |
|
Voeding larve |
Stuifmeel |
Stuifmeel |
vlees (insecten) |
bladluizen |